Op 1 oktober ving ik weer eens een metersnoek in de polder. Uiteraard moest deze vangst ook even naar de SNB afdeling Friesland. Bij de nieuwsrubriek las ik dat er op 7 november een bootvisdag georganiseerd werd bij Earnewâld. Ik vis eigenlijk zelden uit een boot, maar nu was mijn interesse wel gewekt. Dat komt zo. Ik werk als toezichthouder bij It Fryske Gea in dit gebied. Het Nationaal park de Alde Feanen bestaat onder andere uit alle wateren rondom Earnewâld. Wij beheren ruim twee derde van het gebied wat bestaat uit open water, verlandingssituaties, rietvelden, broekbossen, ruigten, zomerpolders en trilvenen. De rest van het park is particulier eigendom. Wie de kaart van het nationale park bekijkt ziet heel veel water. Dit is voornamelijk ontstaan door turfwinning die ruwweg haar hoogtepunt beleefde tussen 1751 en 1900. Een groot deel van mijn werk mag ik per speed(vis)boot doen. Van daar dat ik in mijn vrije tijd niet zo nodig uit een boot hoef te vissen.
Gelukkig had de SNB het aantal boten vooraf beperkt tot 20 maximaal. Dit getuigt van inzicht, want in deze tijd van het jaar heeft het gebied een belangrijke functie als rust en overwinteringgebied voor waterwild. Vismaat Tjibbe wilde ook wel weer eens vissen. Met Jeroen van het bestuur had ik afgesproken om voor een gedetailleerde kaart voor elke boot te zorgen. Ik was van plan om die s’-ochtends uit te delen en de vissers dan ook even van de nodige informatie te voorzien. Dat pakte echter wat anders uit.

Bij aankomst om kwart over zeven bij het bedrijfsgebouw stond vismaat Tjibbe al keurig bij de poort. Het regende pijpenstelen. De buienradar voorspelde dat het rond een uur of 9 droger zou worden. We besloten om de tent op de boot te zetten en ons eerst maar niet al te druk te maken over vissen. Het uitdelen van de kaarten moest dan maar wachten tot de lunch. Rond tien voor acht tuften we langs de trailerhelling. Op it Wiid trolden al heel wat visboten achter elkaar aan. Dik in de regenpakken gehuld zwaaide een enkele visser naar de passerende rode buster met het grijze tentje. Bij de helling werd nog druk getrailerd. Op ons gemakje tuften we naar de Ald Headamssleat. Op de Grutte Krite zagen we dat de windrichting gunstig was voor onze hotspot. Maar het regende nog steeds hard en we besloten de beschutting van de Ald Headamssleat op te zoeken. Het werd zo goed als droog. Tjibbe hing een fatso in natuurlijke voornkleur in de speld en trotseerde de laatste regen. Met de tent nog omhoog viel het niet mee om de buster met een kilometertje of vier netjes langs de oever te sturen. Er gebeurde helemaal niets. Aan het einde van de sloot was het droog geworden en kon de tent eindelijk naar beneden. De afstervende bedden waterlelies vormen mooie kommen die we al werpend gingen bestoken. Heel voorzichtig varend werden de openingen benaderd en in het kraakheldere water zagen we onze kunstaasjes verleidelijk door het water lopen. Geen enkele reactie.Terug trollen langs het diepe kantje dan maar. Ik hing een skinner in voornkleur in de speld en vertelde Tjibbe dat deze kunstvis mij al vele aanbeten had opgeleverd, maar nog nooit een vis had weten te landen.
Waarom hang je dat ding er dan aan, was de logische vraag. Nou, ik heb hem speciaal uitgerust met extra splitringen en een maatje kleinere dreggen, en nu wil ik wel eens zien of dat helpt. Halverwege de Ald Headamsleat kwam er een tikje op de hengel. Een klein dapper snoekje had de skinner te grazen en zat muurvast aan de voor dit beestje zelfs nog te grote dreggen. Tjibbe reikt de zijkniptang aan en pets, de eerste dreg van de dag had een tandje minder. Nieuw dregje, en we trolden verder ook de Ielterm maar even uit. Aan het eind moest ik even kijken of ik nog wel een jongetje was. Dat bleek het geval, en met een lege blaas trolden we nu de Grutte Krite op. Eerst maar eens een meter of zes uit de kant. Door de heersende westenwinden is deze oever door de keerstroom onder water uitgesleten en het slib is naar de westelijke oevers getransporteerd, zodat de bodem voor de oost oevers altijd mooi schoon is. De oppervlaktestroom voert hier op dagen dat het stevig waait het nodige voedsel voor prooivis naar toe en je ziet dan dat futen zich hier dan ophouden. Wat er dan onder water aan de hand is…. Wij hebben geen visvinder, maar zo kom je er ook. Halverwege bij een boompje krijg ik een stevige aanbeet. De vis hangt en al gauw neemt Tjibbe het roer en kan ik rustig drillen. Als de vis in zicht komt word ik een beetje naar. De ene dreg lijkt zich in een oog geboord te hebben. De vis heeft bovendien kans gezien zichzelf de bek dicht te binden met een soort mastworp. Landen is lastig. Dreggen buiten de bek, geen schepnet, en de bek stijf dicht gebonden. Tjibbe biedt aan de vis met de lipgripper te pakken. Hij kan geen gaatje vinden voor de gripper en ik meld dat ik wel een list verzin. Tjibbe pakt de camera en houdt de boot uit de kant.Toch verrekte handig zo’n vismaat op zulke momenten. Met mijn linkerhand weet ik rechts aan de snoekenkop toch een stukje kieuwdeksel open te friemelen waar net twee vingers door kunnen. Meteen voel ik dat mijn middelvinger open gehaald wordt aan iets scherps wat daar normaal gesproken niet zit. Ik wriemel de vingers iets meer naar achter en til de vis uit het water.Tjibbe maakt een plaatje en reikt mij op mijn verzoek eerst de zijknipper aan. Er zit een dregpunt in de oogkas, maar gelukkig niet in het oog. Lostrekken is geen optie. Pets, weer een dreg. Het snoer nu snel weg en er is meer ruimte voor mijn vingers. De andere dreg is geen probleem. Van Tjibbe krijg ik instructies om eventjes te poseren en de zware snoek in een normale kieuwgreep te nemen. Ik zie dat het oog weer teruggedraaid is en mij onbeschadigd aankijkt. Wat een opluchting zeg, dit scheelde niks. Het meetlint wordt er even langs gehouden en geeft 85 cm.aan.

Op de foto zie ik later wat waarschijnlijk de oorzaak van het scherp in de bek is geweest. Bij het scharnier zit een vergroeiing die in de bek doorloopt. Ooit eerder gevangen en onvoorzichtig onthaakt? Ze heeft er geen nadeel van, want ze is in een bijzonder puike conditie en heeft nu een extra wapen in de bek. Uitkijken als je deze dame nog eens tegenkomt! Binnen twintig minuten mag ik al weer op de foto met de bebloede vinger van de vorige snoek en al.

Tjibbe wisselt zijn blauwe, alleen metersnoeken vangende tweedelige plug voor iets met natuurlijke kleur en het formaat van een skinner.Tegelijk zegt hij dat hij het al weet. Wat ik vandaag ook ga doen, jij hebt het vandaag. De dag is nog niet om, zeg ik met een lach. De andere boten laten ons mooi met rust en wij gaan voorlopig echt niet verkassen. Dan krijgt Tjibbe een mooie aanbeet. Het zonnetje zet de Grutte Krite in dat typische herfstlicht. Los! De snoek heeft zich bevrijd en springt een meter of twee afleggend horizontaal boven de golven. De vlieghoogte zal net iets minder dan een halve meter zijn geweest. In de zon lijkt de fraaie tachtiger wel van goud. Zag je dat, roept Tjibbe. Ik zag het en zeg dat hij zelfs van het lossen van vis een ware kunst weet te maken.Tien punten van de Friese jury voor stijl en uitvoering. Weer snel een aanbeet en als de vis in de buurt van de boot is klinkt het gelijktijdig; snoekbaars! Alleen aan de staartdreg gehaakt lijkt ook de vis het gehoord te hebben, en geeft nu voor het eerst de typische stoten naar de bodem. Ik kan het niet laten om Steve Irwin na te doen; “the skinner catches everything today, its really amazing”!
Tjibbe weet weer een fraaie foto te maken van een mooie vis met een lelijke kerel. De snoekbaars is 71 cm. en mag weer zwemmen.

Ik sluit de ochtend uiteindelijk af met 4 snoeken, één fraaie snoekbaars en één losschieter. Tjibbe vangt één of twee snoeken. Hij vindt het zonde van de tijd om naar Earnewâld terug te keren voor de lunch. Maar dat doen we wel, want ik had Jeroen beloofd om voor kaarten te zorgen. Als wij eindelijk in het restaurant aan komen zitten de mannen met gloeiende koppen al aan de snert. Vertrouwd sfeertje.Jeroen vraagt waar de kaarten zijn. Die komen achter mijn rug vandaan en ik mag uitdelen. Een korte uitleg er bij over het gebied en een paar tips over bijzondere visplekken waar je anders zo aan voorbij vaart. Wij drinken een bak koffie en betalen onze SNB bijdrage. Er is al aardig vis gevangen, maar wij blijken aardig mee te doen met het peloton.
Als we weer terug tuffen richting hotspot houden twee visboten ons een beetje in de gaten. Wij trollen eerst maar eens rechtdoor langs een legakker waar nog wel eens een snoekje kan liggen. We willen eerst wel eens rond het stortsteen, dat een voormalige legakker moet beschermen. We lopen het risico dat de twee andere boten de hotspot gaan bevissen, maar ze doen maar, we gunnen ze de kans. Tjibbe die achterstevoren in de boot staat en de pluggen zo ook prima ziet lopen, meld dat één van de boten de stek op lijkt te draaien, maar dan teruggaat. We gaan het op lager wal proberen bij de Princendyk. Ik manoeuvreer de boot optimaal langs het kantje zodat Tjibbe de beste kansen heeft in mijn ogen. Hij vangt prompt twee snoekjes, en ook bij hem sneuvelt er een dreg. Pets, weer 55 eurocent! Maar daar verniel je geen snoek voor.

We doen de Princendyk aan voor een kleine controle. We blijken allebei nog een jongetje te zijn en met een lege blaas trollen we geconcentreerd over onze favoriete stek. Het blijft op een enkele aanbeet na rustig en Tjibbe kondigt aan dat hij in zijn enorme aaskoffer gaat kijken voor een nieuw succesnummer. Ook ik besluit in mijn bescheiden voorraadje te gaan zoeken. Ik weet al wat ik ga doen, en als ik de knaloranje 4 delige plug met fluorgele buik van Savagegear tevoorschijn tover kijkt Tjibbe me meewarig aan. Ik meld dat deze nieuwe aanwinst mij laatst tijdens het testen al bij de 4 de worp een mooie snoek van 85 cm. opleverde. Omdat het die middag nauwelijks waaide ben ik toen verder gaan vissen met de vliegenlat. Het lijkt Tjibbe onwaarschijnlijk dat in dit kraakheldere water waar de hele dag de natuurlijke kleur het goed deed, de vis nu een soort grote kronkelende winterpeen met knalgele buik zou willen. Maar direct voegt hij er aan toe dat ik vandaag toch niets verkeerd kan doen en dat je nu zult zien dat dit het is. Ik zeg dat het mij toch niets meer uitmaakt of ik nog vis vang of niet. Mijn dag is al geslaagd. Tjibbe gaat weer voor een natuurlijk kleurtje en zoekt het in een andere actie. De hele dag vis ik al kort achter de boot op een metertje of vijf zes en kan zo mooi de plug zien lopen op een half metertje diep. Ook kan ik als de oever aan mijn kant zit het kunstaas dicht langs de oever of dikke takken sturen. Bovendien werk ik de hele dag met de hengel. Kunstaas iets hoger in het water, iets versnellen, tikje, hengel naar achter, drijvende skinner wiebelt omhoog, zinkende Savagegear wiebelt naar beneden. Aanvankelijk zocht mijn maat het wat dieper en verder achter de boot, maar hij had dat al snel aangepast. We laten de nieuwe aasjes te water en binnen 15 meter varen knalt er een snoek op de winterpeen.Tjibbe schiet in de lach en ik los prompt de vis. Maar een twintig meter verder is de volgende al aan de beurt en die hangt wel keurig. Al springend spat de snoek de compactcamera van Tjibbe totaal nat. Hij blijkt toch een foto gemaakt te hebben, mar die is helaas niet scherp, maar geeft wel een lekkere impressie van het moment.

De snoek is nu totaal los, en Tjibbe die constant achteruit kijkt ziet nu ook geregeld draaikolken om de boot heen. Daar jaagt er weer één, oh wat een kolk. Ik draai wel een rondje roep ik, en voeg de daad bij het woord. Kan Tjibbe snel even een paar worpen plaatsen, wie weet. Ik lift de hengel omhoog in de bocht en Tjibbe roept dat ik wel verder kan, want het is een fuut die de kolk heeft veroorzaakt. De vogel kijkt nog eens schijnheilig achterom.Tjibbe zegt nog een keer dat ik wel weer verder kan varen. Ik meld dat ik dat wel wil, maar dat er ondertussen wel eerst weer een snoek gedrild moet worden….. Deze snoek weet zich keurig te lossen. Verder maar weer. Veruit de meeste aan beten komen op de plug van mij. Tjibbe heeft ondertussen ook maar een oranje tweedelige plug met gele buik in de speld gehangen om in de buurt van de kleur en actie van die van mij te komen. Op een gegeven moment als ik achterom kijk zie ik dat mijn maat zijn plug nu midden achter de boot vist, een paar meter naast die van mij.Terwijl ik er inwendig om moet lachen, zie ik een snoek aankomen. Ze is in een oogwenk tussen de pluggen. Jaahh, roep ik en zie de snoek dwars naar rechts slaan op al weer mijn plug. Tjibbe heeft het hele gebeuren ook perfect gezien en kan alleen maar lachen. Toch lost deze plug te veel snoek, er zitten ook nog geen extra splitringen en aangepaste dreggen aan. Ik besluit door te vissen nu ze zo lekker los zijn en de lossers dan maar voor lief te nemen. Even later is er een grote kolk achter mijn plug, maar ik voel en zie niets. Een stuk verder ineens een dreun op de hengel en ik roep dat deze andere koek is! Naast mij doet Tjibbe het bijna in de broek van het lachen en zegt dat ik aan moeder aarde vast zit, en niet een beetje ook. Langzaam terug dan maar en we weten de winterpeen weer terug te krijgen. Een dikke tak van een oude boom is de boosdoener. Linke stek hier, maar wel de moeite. Een stuk verderop gebeurt hetzelfde. Eigenlijk weet ik het nu wel, maar Tjibbe twijfelt even. Dit is wel vis, roep ik, als ik de vis een metertje terug voel schuiven en nu de boot in zijn vrij staat, ook lomp voel kopschudden. Deze vis blijft diep en voelt enorm zwaar. Dan komt er na een paar seconden wel heel snel beweging, de plug schiet door het oppervlak.We staren zwijgend naar het water. Na een seconde is de diepe kolk te zien van een wegdraaiende grote snoek. Dit is jammer, zegt mijn maat. Als we verder vissen gaat het even door mijn hoofd dat ik deze plug toch even een paar splitringen extra had moeten geven en dan……..
Maar had is hebben te laat. Deze ervaringen brengen je steeds weer naar de waterkant om een volgende keer het monster wel te vangen. Het begint rustig te worden en we besluiten te stoppen. Anders zijn de mannen allemaal weer naar huis. Wij komen laat bij het restaurant en Jeroen en nog maar een paar SNB ‘ers blijken er nog aan de bar te hangen. Ervaringen worden uitgewisseld, we drinken nog wat en ik mag het verslag schrijven van deze geslaagde dag. Degene die de grootste vis weet te vangen en of het meeste geluk had op deze dag valt deze grote eer te beurt. Ik heb genoten van een topvisdag met mijn maat. De organisatie was als altijd weer dik in orde met de traditionele snert en een beerenburgje tussen de middag. De vangsten van de 18 boten waren over het algemeen redelijk, al kon Jeroen mij niet exact de aantallen geven. Er is snoek, baars en snoekbaars gevangen. Zelf hebben wij 14 of 15 snoeken gevangen (de tel kwijt, te veel gelachen) en 1 snoekbaars. Tjibbe wist 5 snoeken te landen. De rest mocht ik mij mee redden. De magische meter bleef onder water vandaag. Rest mij nog Jeroen en de SNB Fryslân te bedanken voor de uitstekende organisatie, en de andere mannen hoop ik weer eens te treffen op het water in de Alde Feanen. Jullie weten de weg en hebben nu een goede kaart. Zie je een rode buster en het is niet de brandweer, dan zwaai je maar even en dan hebben we het ongetwijfeld even over vissen.
Oant sjen,
Albert Wester
|