Onderstaand een verslag van de praktijkdag van 5 november 2005 geschreven door Albert Wester.
We zouden naar een verzamelplaats rijden waar we tussen twaalf en één met iedereen een kop snert zouden eten. Ook aan de inwendige snoekvisser bleken de heren te hebben gedacht. Geweldig! Voor de mensen zonder atlas was op de carpoolplaats een kaartje ingekleurd van ons visgebied. Zelf teams indelen, en de pret kon beginnen. Buorman en ik besloten samen op pad te gaan. Hij moest helaas rond half één ergens anders wezen, en dus konden we alleen de ochtend samen vissen. Op naar de dyksfeart. Allebei een kant uit vissen maar. Het zonnetje scheen, een graadje of twaalf, het leek wel voorjaar! Na veertig meter vissen leek er een baksteen in het water te vallen op de plek waar mijn zelfgemaakte baars jerkbait zich moest bevinden. Helaas bleef de ruk op de hengel uit. De vis had totaal gemist. Worpje van de andere kant leverde niets op, en dus maar verder met het spel. Weer veertig meter verder miste nummer twee het kunstaas. Ik had wel een lichte schamper gevoeld en bij de herhaalde worp probeerde de vis het opnieuw. Weer mis! Inmiddels zag ik buurman mijn kant opkomen. Van zelfgemaakte glider wisselen naar zelfgebouwde zager leverde de derde misser van deze vis op. Ik had wel heel licht contact gevoeld deze keer. Een streepje in de walkant met de hak. Kun je de vis na een tijdje nog eens een kans geven.
Buurman had intussen ook twee vissen gemist en een derde zien jagen die geen belang had bij zijn kunstaas. Ik wees hem het streepje en twintig meter ervoor stond buur met een kromme hengel. Een mooi getekend snoekje van ongeveer 55 cm. De nul was weg. Na buorman vereeuwigd te hebben besloot ik er maar eens een commercieel product van Salmo aan te hangen. Slider 10 in real roach kleur. Het leverde vrij vlot weer een misser op. De herhaalde worp waarbij ik iets trager binnenviste op de plek van de eerste overval leverde meteen de tweede misser van deze vis op. De derde worp van de andere kant bracht eindelijk het gewenste resultaat. Raak! Een mooi snoekje van weer zo’n 55 cm. Iets verder knalde een klein snoekje van rond 35 cm. vol bravoure op de slider. Meteen hangen.
Het vertrouwen was weer terug en ik besloot mijn eigen gebouwde baars glider weer te monteren. Intussen had buurman ook zijn tweede snoek gevangen en miste even later één op de bullet streamer. Vlak voor een bruggetje knalde een mooi snoekje van ongeveer 60 cm. bovenop mijn baars. “Hangt ie?” riep buorman. Jawel, maar bij het zoeken naar mijn onthaaktang in mijn jaszak zag de snoek kans om zich met de vrij hangende dreggen vast te zwemmen in een dikke rietwortel onder de kant. Ik dacht dat ie uitgedrild was. Niet dus. Dankzij hulp van buur kwam het toch nog voor elkaar en we visten weer vrolijk verder. Geen aan beten meer tot de volgende brug. Het werd zachtjesaan tijd voor de snert. Buurman kwam afscheid nemen en bleek ook niks meer gevangen te hebben. Wij waren dik tevreden met samen vijf snoeken. Mooi water, mooie omgeving en dan is de vis een bonus. Maar ook vier snoeken gemist…..
Tijdens het opwarmen van de snert en het uitwisselen van de bevindingen van de ochtend hoorde ik dat wij niet de enigen waren die veel vissen hadden gemist. Lag dit nu aan de vis of aan de vissers? Ik besloot om na de snert verder te vissen waar ik gestopt was. In verband met de ervaringen met de missers en de verhalen van de anderen in het achterhoofd nam ik mij voor om de baars iets meer binnen te aaien. Hij slaat dan wijder uit en het binnenvissen duurt langer, maar misschien zou dit beter werken. Bemoedigend was ook dat de wind inmiddels flink was aangetrokken en een flinke rimpel op het sterheldere water toverde. Iets voorbij de brug zag ik een pol afstervende gele plomp onder water staan dankzij de polaroid zonnebril. De baars slag voor slag er voorbij vissend was de snoek er meteen. Ik zag hem komen en kon rustig de haak zetten. Meteen raak en uit het boekje. Mooie stevige snoek van 65 cm. Verheugt verder maar weer. Nog geen twintig meter verder een kleine rakker van ongeveer 35 cm. Ik begon bijna overmoedig te worden. Zeker toen twintig meter verder nummer drie van de middag in één keer hing. In twintig minuten tijd drie snoeken. “It koe minder”.
Maar nu bleef het lange tijd rustig. Ik begon na een paar honderd meter toch wel weer zin in een aanbeet te krijgen. Aan de overkant van de sloot stond een flinke pol gele plomp. Ook nog behoorlijk in het oppervlak tot tegen de wal aan de overkant. Er om heen werpen als de pol in het midden staat, met een viertal worpen zou hier niet lukken. Ik besloot de stek met een lange worp in het hoekje van de pol en de wal te benaderen. Dat lukte wonderwel met die worp, maar de aanbeet bleef uit. De tweede worp moest maximaal zijn, ongeveer 25 meter en voorbij de pol tegen de wal aan landen. Dat lukte gelukkig en bij het voorbij vissen van de pol kwam op twintig meter een loeiharde aanbeet. Op deze afstand zet ik dan ook loeihard de haak en ik moest meteen snel achteruit lopen en binnendraaien, want de snoek kwam in een gestaag tempo door het midden van de sloot naar me toe. Bij het passeren van de hengeltop viel me op dat de onderlijn wel erg diep onder water bleef. Niet te zien. Ik kreeg het vermoeden dat dit andere koek was dan de eerder gevangen snoeken. Toen de snoek eindelijk de weerstand van de hengel voelde en kennelijk doorkreeg dat er wel iets heel erg mis was, kwam de eerste harde run dwars door de slip. Grote modderwolken in het heldere water, en een genietende snoekvisser op de kant. Minutenlang knokken volgde waarbij alle mogelijke capriolen werden uitgeprobeerd om de dreggen uit te schudden. Runs half uit het water al kopschuddend en met een klap terug vallend in het water werden afgewisseld met rustig voorbijzwemmen. Wel lijkt het dan bijna dat de snoek je dan verwijtend aankijkt. Op die momenten zie je de fluorocarbon leader uit de bek steken. Dat had ik met dit materiaal nog niet eerder meegemaakt. Alle dreggen binnen, dus veilig om te landen. Maar ook een mooie test van de leader. Snelle schatting van de lengte op die momenten leerde dat het in ieder geval een flinke tachtiger moest zijn. Uiteindelijk kon ik de snoek in het kieuwdeksel pakken en onthaken. Dan is die lange onthaaktang plotseling net lang genoeg. Deze snoek moest voor de wetenschap toch maar even gemeten worden en bleek precies 90 centimeter lang te zijn. Mooie gave vis met een brede rug. Ook maar even een foto gemaakt met de hengel en eigen gebouwd kunstaas erbij. Jammer dat buorman dan al naar huis is. Ik vind dit altijd van die saaie plaatjes. Maar wat een mooie vis aan het eind van de visdag! Nog even doorvissend krijg ik nog één volger en ik besluit dat het mooi geweest is.
Tussen vier en half vijf zouden de deelnemers aan de visdag elkaar treffen in de Fryske Pub in Delfstrahuizen. Even gezellig napraten en horen hoe de vangsten geweest zijn is onder het genot van een cappuccino en een biertje ook een mooie afsluiting van de dag. Met een (10?) man bleken er op deze dag 35 snoeken geland te zijn (waarvan twee van negentig) en een paar baarzen. Opmerkelijk was ook het flinke aantal missers. Gek genoeg heb ik in tegenstelling tot s’-morgens in de middag geen misser meer gehad. Zelf heb ik het idee dat het vooral aan de lekkere rimpel op het water lag. Die was er s’-ochtends nog niet. Maar misschien was ik in de ochtend in het begin ook wel iets te gretig. Wie zal het zeggen?
Het was dankzij de weersomstandigheden, de omgeving, de medewerking van de snoek en de gezelligheid van de andere deelnemers een geslaagde visdag. Wat mij betreft volgend jaar weer. Rest mij om de heren van de regio Fryslân te bedanken voor de puike organisatie. “It koe net better”. Ga zo door mannen, bedankt!
Albert Wester
|